Op zijn 20e was hij stagiair op Panama en rende hij non-stop achter apen aan. Tussen de onderzoeken door dronk hij stiekem rum. Nu, meer dan 20 jaar later, runt hij zijn eigen rumstokerij. We gaan in gesprek met Marc Grondel van Grondel Distillery.
Van dierverzorger naar rumstoker. Het is een carrièreswitch die je niet elke dag hoort. We komen op zaterdagmiddag aan in Adorp, waar we afgesproken hebben voor een interview bij de Grondel Distillery. De ketel staat in een ruimte die vastzit aan de Grondel Slijterij. Zodra we één stap binnen zetten dringt een alcoholische geur de neusgaten binnen.
‘Kom binnen. Ik ben druk aan het stoken,’ glimlacht een vrolijke Marc, terwijl hij naar zijn ketel loopt. Hij legt uit wat hij aan het doen is en dat in de weekenden vaak rum wordt gemaakt.
De Grondel Distillery heeft hij nu een paar jaar, nadat hij in 2017 het heuvelachtige landschap van Limburg inruilde voor Adorp, in het hoge noorden. In het zuiden van het land gaf Marc in een dierentuin leiding aan meer dan 30 mensen maar na een geschil met zijn leidinggevende, besloot hij dat het tijd was voor wat anders. Opnieuw in een dierentuin zag hij uiteindelijk niet zitten.
En dus vertrok hij naar Adorp, kocht een groot stuk grond, kon wat appartementen verhuren en besloot dat het tijd was om zelf iets op te gaan zetten. Zo kon hij namelijk én doen wat hij leuk vindt én zorgen voor zijn dochter van een paar jaar oud. Een Bed& Breakfast was in eerste instantie het idee, maar na het zien van een tv-programma haakte hij af.
‘Ik moet er niet aan denken. Moet ik dan elke dag al die rommel van mensen gaan opruimen?’ Zijn zwager hield hem iets veel mooiers voor en zei: ‘Kom, we gaan een distilleercursus volgen.’
Marc had geen idee wat hij kon verwachten, maar ging enthousiast in de leer in Hasselt en het vuurtje dat ooit al aangewakkerd was in Panama begon te gloeien. Alleen dit keer was het veel serieuzer.
‘We hadden de opleiding nog niet af en ik had die ketel al gekocht,’ vertelt hij wijzend naar de ruimte waar ondertussen druk gestookt wordt. Zijn gezicht verraadt dat hij geen moment spijt heeft gehad van die zet.
Die liefde voor rum begon ooit op Panama als 20-jarige student toen hij stage moest lopen voor zijn studie Dierverzorging in Emmen. Hij verbleef samen met een kameraad op het Isla Tigre, waar alcohol uit den boze was.
‘Een van die rangers was alcoholist,’ legt hij uit. Dus niemand mocht op het eiland in verleiding worden gebracht.
Maar op een gegeven moment begon het vastleggen van het gedrag van Tamarins (specifieke apen) te wennen en wilden de twee studenten een klein beetje avontuur op het eiland hebben.
Het duo werd altijd bevoorraad op vrijdag. En zo gebeurde het dat ze van een op de andere dag rum naar het eiland smokkelden. Het mocht niet, maar ze deden het wel.
‘Rum kostte niets. Dus dat ging mee tussen de kleren in onze rugzak. Eerst deden we dat door de cola, maar als dat op een gegeven moment op is, is de rum nog over. Dus dan dronken we dit puur ’s avonds tijdens een potje kaarten. Dan leer je rum wel waarderen,’ glimlacht hij.- Marc
Dat smokkelen van rum is meteen één van zijn mooiste herinneringen omdat het ook weleens gebeurde dat het duo ontdekt werd. Toch zag destijds degene die hen van het eiland hielp om te bevoorraden de situatie door de vingers. En waarom ook niet? Er was immers geen sprake van overmatig alcoholgebruik of misbruik, maar er waren gewoon twee jonge jongens die wat plezier wilden hebben.
De rum die gedronken werd, was Abuelo, en zo ontwikkelde de liefde voor rum zich. Later in Nederland bezocht Marc weleens een rumfestival, deed hij weleens mee met een masterclass of workshop en ontdekte hij gaandeweg dat er allemaal verschillende soorten stijlen zijn.
Dat heeft hij altijd al fascinerend gevonden. Rum doet iets met hem en daarom was de keuze voor welke type drank hij na zijn cursus zelf zou gaan maken niet zo moeilijk, al lag die keuze niet per se voor de hand.
‘Wat is nou de beste business in de drank? Dat is whisky. Dus die distilleerderijen schieten als paddenstoelen uit de grond.’
Marc ziet het een klein beetje als zijn taak mensen wat meer wegwijs te maken in de wereld van rum. Veel mensen roepen dat ze rum kennen, maar komen niet verder dan Bacardi of Captain Morgan en dat vindt hij jammer. Want er is zoveel meer. Sterker nog, niet alleen is er meer rum, het is volgens hem ook een dranksoort die meer te bieden heeft dan whisky.
‘Whisky. Ja, de cask bepaalt wel wat en de graansoort. Het is vooral gerst die wat doet, waar je een beetje mee kunt spelen. Maar bij rum heb je malassen. Je hebt hele ingedikte malassen, maar je hebt ook suikerrietsap. Dat is een compleet ander product.’- Marc
Als hij eenmaal begint te vertellen over welke rum er allemaal is, raakt hij bijna niet uitgepraat. Er is zovéél. En er zit voor iedereen wel wat tussen. Alleen kampt rum met een paar problemen: imago en gebrek aan transparantie.
Al is dat laatste langzaam aan het veranderen : ‘Er zijn steeds meer overheden die regels stellen, zoals de EU. Die stelt allemaal regels. Dan wordt gezegd: hier moet rum aan voldoen.’
Ondertussen is het verwarrend, zegt Marc, omdat er overal weer andere regels gelden:
‘Er mag niet meer dan zoveel suiker inzitten. Want in Venezuela moet er suiker in de rum zitten, anders mag het geen rum eten. In Barbados of in Jamaica mag er geen suiker inzitten, want anders mag het geen rum eten. En waar moet je dan naartoe als rumproducent? Nou, dan gaan we maar niet naar Europa. Daar mag geen suiker in.’
Er valt van alles dus te leren over rum en dat is niet iets wat iedereen doorheeft. Sterker nog, qua drinkers is er een groot verschil met vroeger, denkt Marc. Het imago is veranderd.
‘Vroeger was rum ontzettend populair. Het was belangrijker dan suiker, het was belangrijker dan goud, belangrijker dan geld. Je kon gewoon handel drijven in rum.’- Marc
Dat is nu niet meer zo. Er zal wat moeten gebeuren om ook jongen mensen te wijzen op wat rum allemaal te bieden heeft. Daarom speelt hij zelf nu ook met het idee om in ieder geval iets aan zijn eigen rum te veranderen. Hij is geen liefhebber (meer) van de Spaanse stijl rum, wat zoete rums zijn.
Zijn eigen stijl zou hij omschrijven als Engels. Sinds hij begonnen is met zijn eigen rumbedrijf wilde hij geen zoete rum maken, maar meer maken waar hij zelf van houdt. Maar nu overweegt hij toch in de toekomst een keer een zoete rum te gaan uitbrengen. ‘Het is toegankelijker.’
Want zou het niet mooi zijn als rum in ons kikkerlandje iets populairder wordt en mensen over een paar jaar denken: ‘Grondel? Ah, dat is diegene die rum maakt.’
Favoriete rum: R.L. Seale's
Aantal glaasjes rum per week: 5
Leukste fles rum in bezit: Een plastic Abuelo fles. Meegenomen door schoonouders uit Panama.
Duurste rum ooit gedronken: 'Iets van Guadeloupe van 120 euro.'
Rumland om in de gaten te houden: Jamaica, Barbados en Martinique.
Rum die je zelf had willen bedenken: Funky Jamaican rum.
Minst favoriete rum: 'Bacardi omdat ik de smaak niet bijzonder vind maar het is vooral een goede marketing machine.'
Op deze pagina vind je al onze rum-artikelen.